Knutselpionier

Huib van Zeijl

2017 gepubliceerd in Cobouw

    Al vroeg was ik aan het tekenen, knippen, plakken, zagen, schuren en timmeren. Met de tong uit mijn mond maakte ik samen met vriendjes handbogen, hutten en drumstellen. Niet veel later volgden decors voor zelf opgevoerde toneelstukjes en steeds geavanceerdere zeepkisten. En inderdaad; dan vloog je wel eens op volle snelheid uit de bocht omdat een wat optimistisch geconstrueerde wielophanging het begaf. Of viel je met veel kabaal uit de boom omdat de takken waarop je hut steunde iets flexibeler bleken dan gedacht. Dan stond pa of ma daar. Een aai over de bol, een kus op de zere plek en bemoedigende woorden om het nog eens en met wat verbeteringen uit te voeren. Op school droomde ik alweer over het volgende knutselproject voor 's middags thuis. Die knop kon niet uit. Knutselen als state of mind om je grenzen te verkennen en vooral weer te verleggen.


En dan heb je gestudeerd en ben je Master in Science of Architecture. Klinkt heel vooruitstrevend, maar je bevind je nu in een van de meest conservatieve sectoren: de bouw. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. In de main stream van het bouwen gebeurt weinig verheffends. Er is nauwelijks ruimte om zelf in een try-and-error-modus de boel uit te timmeren. Je zal een opdrachtgever moeten winnen voor innoverende ideeën en het zijn anderen die het gaan maken. Ook mag je (om begrijpelijke redenen) niet meer met probeersels uit de bocht vliegen of uit de boom sodemieteren. Maar de bouw zit wel in een verdomd veilige modus. Want door alleen op een minimaal bouwbesluitniveau te blijven doorakkeren maken we de wereld niet veel beter. Volgens mij ligt de waarheid in het midden. Bij innoveren zet je wel eens 1 stap terug om daarna 2 stappen vooruit te kunnen zetten. Moet je buiten de gebaande paden durven treden. Zeker als we een transitie willen naar een circulaire economie. Laten we de kinderlijke, onbevangen onderzoeksdrift in elkaar vooral opzoeken en stimuleren! Dit is dé tijd om grenzen te verleggen in de geest van de knutselpionier!

De kracht van de vierde dimensie

Huib van Zeijl

2017 gepubliceerd in Cobouw

    “Architectuur moet je beleven. De weg naar het gebouw afleggen, door de ruimtes wandelen, er mijmerend verblijven, je hand langs de muren laten gaan... De tijd staat je toe de bewegende lichtinval te ervaren en het veranderende landschap met de seizoenen. Architectuur bestaat niet uit drie dimensies, maar incorporeert tijd in zich... Naar mate een gebouw de tijd trotseert, wordt de waarde van het gebouw duidelijk.” Het is vrij geciteerd, maar Hans Maes schreef het ooit heel mooi op in het Jaarboek Architectuur Vlaanderen, alweer dik tien jaar geleden. Als aanklacht tegen de toenemende platte, 2D verheerlijking en afrekening van architectuur als grafische beeldcultuur in (social)media en internationale prijzenfestivals. Ik doe hem te kort met deze samenvatting, maar de strekking is nog steeds actueel.


Wat mij betreft kun je deze gedachte over tijd ook projecteren op het ontwerp- en bouwproces. Zeker in deze dagen waarin de roep om innovatie en anders met elkaar en de wereld omgaan groot, maar nog niet vanzelfsprekend is. Want om grensverleggend te bouwen zul je ook het proces moeten beleven: alle stappen van ontwerp, contractvorming en bouw bewust met elkaar afleggen. Opdrachtgever en ontwerper(s) samen wandelend door het nagestreefde gedachtengoed, dromend over wat zou kunnen zijn, voordat aan een ontwerp richting wordt gegeven. De tijd nemen met de co-makers (geen in de bouwketen uitgeperste onderaannemers) om alternatieven af te tasten en de geest te prikkelen om nog een stap verder te gaan. Zo ontstaan kansen om te innoveren of op zijn minst om tot de meest optimale prijs-kwaliteit verhouding te komen. Dit vraagt nog een extra dimensie: vertrouwen. Want in de tijd dat naar een sluitende opdracht wordt toegewerkt begint echt samenwerken waar normaal samenwerken ophoudt. Mijn overtuiging is dat tijd durven nemen in het voortraject, uiteindelijk een versnelling op zal leveren in het eindresultaat. Is het niet letterlijk in tijd, dan wel in projectkwaliteit voor de opdrachtgever en in verrijking van de co-makers door kennis, innovaties en waardevolle, toekomstbestendige relaties; met het bouwproject als platform. Slow architecture = fast forward.

De beste stuurlui

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

    Nog niet lang geleden moest de bouw veel mensen en knowhow laten gaan. Vanuit overheden en grote professionele opdrachtgevers, normaal goed voor een flinke opdrachtenportefeuille, bleef het jaren stil. Alleen wat particulieren en MKB hadden hier en daar nog een bouwopgave. Bouwers en ontwerpbureaus waren gedwongen flink in te krimpen of vielen om. Van alles werd geprobeerd er het beste van te maken en de zaak om te buigen. Dat alles was al lang en breed gaande toen de artikelen verschenen over hoe je de barre tijden moest overleven. Beter nog: hoe er uiteindelijk sterker uit te komen. Niet zelden opgesteld door partijen op geruststellende afstand van de bouwpraktijk. Zij schreven zo hun beschouwingen op dit overlevingsgevecht als plotselinge sectorkenners de wereld in. Zo stond destijds ook in een vakblad een stappenplan hoe je je als architect moest opstellen om de crisis om te buigen in kansen. Wat meewarig las ik het relaas. Ik mocht toch hopen dat onze collega's die stappen net als wij al lang genomen hadden. Mij leek het mosterd-na-de-maaltijd-profetie, gelukkig maar.


Tijden veranderen. Deze dagen weten we van gekkigheid niet meer waar we goed geschoold personeel vandaan moeten halen. Die moet bovendien meer kennis dan ooit meenemen in de verduurzamingsslag van de bouw. Innovatie is het codewoord dat vanuit de crisis is meegenomen om in deze tijden van personeelsschaarste mensen aan te trekken. En dan natuurlijk het liefst de meest talentvolle. Ook nu weer adviezen te over hoe dat dan te doen. Het UWV heeft er maar liefst vier-en-twintig oplossingen voor. Het Economisch Instituut voor de Bouw tackelt de invulling van uw vacatures al in drie punten. Ik moet ineens denken aan dat allereerste telefoontje dat ik ooit pleegde naar de helpdesk voor startende ondernemers van de Kamer van Koophandel. Een wat knorrige medewerker antwoordde doodleuk op onze vragen over ondernemerschap: “Ik zou als ik u was helemaal geen bedrijf oprichten...” Gelukkig hebben we toen niet naar dat advies geluisterd en ons eigen ondernemerswiel uitgevonden.

Gouttièrre Nantaise

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

   Nog één klein stapje achteruit om de boel nóg beter in beeld te brengen. Dan zwikt mijn rechter enkel van de verzakte trottoirband waarvan ik wel wist dat ie daar ergens lag maar hem een aantal decimeters verderop hoopte. Een hond slaat aan achter de lange tuinmuur als reactie op de half onderdrukte vloek die mijn mond verlaat. Ik hoor het beest onzichtbaar achter die schijnbaar achteloos opgestapelde stenen mijn kant op rennen. Hoe lang staat die ambachtelijke afscheiding daar al, 100 jaar? De grillige, beige blokken zijn verschillend van maat maar de bovenzijde van de wand daarentegen is kaarsrecht. Knap stukje stenen stapelen. Met ingehouden adem kijk ik naar de aanwezige opening slecht een paar meter bij me vandaan. Een paar verroeste pinnen getuigen nog van de poort die in het verleden daarin moet hebben gehangen. Die had het waakzame dier zéker op het erf gehouden. Hoewel ik alert blijf op wat er de hoek om dreigt te komen kijk ik toch nog even met een schuin oog door mijn camera en druk af. De nuchtere kiekjesjager in mij heeft in ieder geval het gewenste beeld veiliggesteld, wat er verder ook moge komen. Ik heb geluk. Eenmaal in zicht blijft de middelgrote, wit-bruin gevlekte viervoeter me op gepaste afstand toeblaffen. Terwijl ik de herriemaker wat bemoedigende woordjes toespreek loop ik achteruit terug naar de auto.
“Pap, wat heb je nou weer gefotografeerd
? Het is al de vijfde keer dat je uitstapt...” Ik laat de jongste mijn foto zien. Geholpen door vergrijsde, ranke houten gootklossen kragen de oude, bemoste leitjes uit over de Bretonse muur, tout en pierre. Een bescheiden, zinken goot is ingelegd tussen de leitjes. Meegedekt als een van hen. En onder deze gouttièrre Nantaise loopt het leien dak gewoon nog even door voordat ie net iets voorbij de klossen een scherpe lijn tekent in de blauwe lucht. Een kleine vierkante raamopening breekt de verder genadeloos blinde straatgevel. Een prachtbeeld! Nonchalant en strak tegelijk en gezegend met het patina der tijd. Van mij mag het nog even vakantie blijven.

Van blue print naar blue note

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

   De tijd van de tabula rasa is in Nederland wel voorbij. Of op zijn zachts gezegd over zijn hoogtepunt heen. Voor stedenbouw als blue print geprojecteerd op lege weilanden is nu eenmaal vrijwel geen ruimte meer. We doen het natuurlijk nog af en toe op maagdelijke stukken nieuw opgespoten land maar er zijn de afgelopen decennia in diverse steden vooral mooie voorbeelden verrezen van herontwikkeling van gebieden met oude industrie of in onbruik geraakte havens. Zij laten de mogelijkheden van hergebruik en intensivering van binnenstedelijke zones zien. Die opgave vraagt om een veel diepgaander en integraler ontwerpaanpak dan voorheen. Je hebt te maken met bestaande, levende structuren. Moet aansluiten op bestaande netwerken die vervolgens onder meer druk komen te staan. Hoe ga je om met cultureel erfgoed. Tel daarbij op de enorm gegroeide eisen ten aanzien van energiegebruik en -opwekking, de zoektocht naar circulair bouwen én de roep om betaalbare stadswoningen en je snapt dat de gevraagde brain power per ontworpen vierkante meter gebouwde omgeving exponentieel is toegenomen. Planologie als chirurgische interventie in stedelijk weefsel.


De ruimtelijke ordening vraagt meer dan ooit te voren om een zorgvuldige aanpak door goede integrale denkers. Om mensen die kansen zien, juist door buiten de ingesleten demarcaties te opereren. Het mooie is dat veel ontwerpoplossingen niet vooropgezet zijn maar uiteindelijk heel locatiespecifiek blijken. En dat het stempel van collectieve groepen opdrachtgevers of locale initiatiefnemers voelbaar wordt. Die authenticiteit maakt dat stedenbouwkundig heftige ingrepen doorgaans toch op een behoorlijk maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen.


Het is een interessante dynamiek. Ooit groeide steden langzaam. Daarmee was een diversiteit gewaarborgd doordat verschillende kleine initiatieven zich in grotere tijdspannen naast elkaar ontwikkelden. In de veel snellere en grootschaliger naoorlogse uitbreidingswijken tot en met de recentere vinexwijken was die diversiteit met regelmaat ver te zoeken. Maar het lijkt erop dat karaktervolle inbreidingsprojecten van vandaag en morgen dat weer in balans gaan brengen. Daar komt naast de nodige ingenieursgeest ook gevoel bij kijken; de blue note als revaluatie van de blue print.

Kleurendoof

Huib van Zeijl

2017 gepubliceerd in Cobouw

    “... en we willen hier graag ijsblauw op de wanden!” “Wat? Zou u niet eerst rustig beginnen met wit? Even de tijd nemen om het gebouw te leren kennen en ervaren wat het licht met de ruimten doet..?


Ik heb een haat-liefde verhouding met kleur. Te vaak achteraf met de haren er bijgesleept. Een misplaatste uiting van volstrekt willekeurige smaak. 's Woonwinkels laatste trendkleurstaal opgeblazen tot wandformaat. Dan maar liever Oost Indisch kleurendoof. Heerlijk kleurloos. Richard Meier is er groot mee geworden. Zijn idool Le Corbusier ging hem voor en velen zullen nog volgen. Carlos Ferrater – een van mijn persoonlijke favorieten – bracht jarenlang zijn publicaties alleen uit in zwart-wit. De grafische kracht van zijn horizontaal gearceerde witte villa's in de mediterrane zon ten volle benuttend.
Niet dat ons werk volledig gespeend is van kleur. We laten de eigen, eerlijke kleuren van de materialen regelmatig aan het woord. Naast een glad gepleisterd, prik wit een zacht, aaibaar betongrijs. Ranke, thermisch verzinkt stalen knopen in een volhouten constructie met geelbruine gloed. Rossig dooraderde, beige natuursteen met voorzichtige glitter. De licht groene zweem van een glaspartij tegen een rank, antraciet kozijn. Leemstuuk met stukjes goudkleurig riet. Scandinavische kookverf in warm rood. Zij leggen dan de basis voor een breder kleurenpallet waarbij we ons zelfs een keer wagen aan een staaltje uit de kleurenreeks Polychromie Architecturale van de eerder genoemde LeCorbu (ook hij bekende naast zijn zakelijke kant steeds meer kleur). Maar aan het nemen van een volstrekt autonome signaalkleur als basis voor een heel plan hebben we ons nog nooit gewaagd. De herhaalde bureaudiscussies hierover ten spijt. Te decoratief. Een subjectief ornament. Niets toevoegend. Overvloedig.


Het is maar weinigen gegund om kleur wel op een authentieke manier onderdeel te maken van de architectuur. Zoals in de vleesgeworden, indrukwekkende drie dimensionale poëzie van Luis Barragán. Of op IJburg MVRDV's gravelrode tennispaviljoen, simpel en krachtig. Een paar jaar geleden bedacht het Thaise SuperMachine Studio voor het hergebruiken van een Student Activity Centre de genadeloze inzet van interfererende kleuren. Hoe doen ze dat? Benijdenswaardig!

To BIM or not to BIM?

Huib van Zeijl

2016 gepubliceerd in Cobouw

    Da's geen vraag toch? We zijn al bijna tien jaar de trotse gebruikers van heuse Building Information Model software. Al onze projecten zien sindsdien het virtuele levenslicht al lang voordat er maar een zuchtje buitenlucht of straaltje zonneschijn over echte bouwmaterie heen is gegaan. Snel resultaat met ruimtelijke studies, flitsende presentaties en nog maar één document om in te werken. En voor het serieuze detailwerk richting de uitvoering hebben we altijd een actuele, driedimensionale, één op één onderlegger. In dit ene model weet ieder onderdeel zelf of het een wand, dak, kozijn of wat dan ook is én welke relatie het heeft tot een ander object. Geweldig! Weg met de tientallen losse, platte tekeningen als domme verzameling grafische vlakken en lijnen! Mijn euforie was groot. Ik stond als een opgeschoten puber met de allernieuwste ultra-carbon-über-carve-skies bovenaan de piste. Maar al het bovenstaande blijkt, hoe prettig ook, vooral de winst te zijn in onze interne bedrijfsvoering, zeg maar het 'kleine BIM'.

De vraag is vooral of we daarnaast ook daadwerkelijk aan het 'grote BIM' toekomen in de zin van de ons voorgespiegelde innovatieve, interdisciplinaire samenwerking. Want u wilt niet weten hoe weinig het in de praktijk lukt om met constructeurs, installateurs, producenten en bouwers in één model met goed gevolg samen te werken.

Het beloofde paradijs van interactie met de snelheid van het licht, geen dubbel tekenwerk, kinderlijk eenvoudige 3D clash controls en reductie van faalkosten tot een met het blote oog niet waarneembaar minimum blijft te vaak uit. En dan hebben we het nog niet over de mogelijke winst in de exploitatie en beheer van een gebouw. Eenmaal op de piste kon de hippe, wat eigenwijze puber maar niet in cadans komen. Noch met de nog vooral op de ouwe latten vertrouwende garde van de vele kleinere partijen, laat staan met die paar grotere, die wel op supersonisch materiaal skiën maar dan wel net van dat andere merk. Want vergis u niet, de strijd tussen bimliebers van de verschillende kampen is groot.

En de toezegging van de softwareproducenten van een door ieder BIM programma goed in te lezen uitwissel-model wordt tot op de dag van vandaag maar half waargemaakt.

Conversie = weg intelligentie! Deze week nog: “Goedemiddag, met de helpdesk!”... “Tja, èh, kunt u zelf in de conversievarianten wat dingen uitproberen?

Is er iemand die me kan vertellen wanneer dat vrij essentiële hobbeltje in de digitale buckelpiste ook een keer samen genomen zal worden? That is the question.

Dubbelleven

Huib van Zeijl

2017 gepubliceerd in Cobouw

    Slaapgebrek, sloten koffie en piekbelasting. Ze kenmerken de dagen van intensieve brainstorm, knopen hakken en presentabel maken in het ontwerpproces. Helemaal in een competitieve prijsvraagsetting.

Hartritmestoornissen door te veel cafeïne en weinig slaap. Ras naderende deadlines. De adrenalinekick door een heilig geloof in je eigen idee en de wil om te winnen. Ze testen je rekbaarheid fysiek en mentaal. Als intervaltraining best een keer te doen, maar trap je in de val van te veel pitches dan ligt roofbouw genadeloos op de loer.


Rust, reinheid en regelmaat daarentegen leveren de ultieme omstandigheden voor het gedegen monnikenwerk dat de bouwvoorbereiding en uitvoering vraagt. Maandenlang stoïcijns door akkeren. Met wat ruimte voor try-and-error en vooral zonder veel afleiding. Vakkennis en ervaring moeten hier wortel schieten in de vruchtbare bodem van het architectonisch idee. Deze op hun beurt kracht bij zetten. De externe competitie is weggevallen. Samenwerken is nu het sleutelwoord om tot een alles overstijgend eindresultaat te komen.


Het zijn twee uitersten verenigd in één vak. Een spanningsveld dat evenwicht zoekt als een koppel van krachten. Een gedwongen huwelijk dat echter bij de juiste chemie ook een prachtig nageslacht kan opleveren. Zo ontstaat architectuur.
Doe je dat goed dan ben je die crea van het speelse schetsje, van het briljante idee dat aan de basis lag van een topproject. Een inspirator. Hulde aan de kunstenaar!
Gaat het ergens fout dan wordt je als mislukte bouwkundige door de mangel gehaald en gevierendeeld. Dood aan de ingenieur en het mismanagement!
Het laat zich heerlijk meten met twee maten.


Dat zijn eigenlijk twee personen verenigd in het wezen van de architect. Bij grote bureaus nog fysiek verdeeld over meerdere individuen maar bij de kleinere al snel in één.
Je leert leven in twee parallelle werelden met hun eigen, tegengestelde dynamiek. Als je niet schizofreen was dan wordt je het na een aantal jaren beroepspraktijk van zelf wel. “Maar ach, een dubbelleven heeft ook zo zijn charmes”, bedenk je jezelf als je trots het eindresultaat oplevert. “Al zou wat minder koffie misschien verstandig zijn.”

Gek geworden liefhebber

Huib van Zeijl

2017 gepubliceerd in Cobouw

  “Met welke kosten moeten we rekening houden?” De aspirant huizenkoper is al verliefd op plek of pand en schrikt van de bedragen die we noemen. Herstel van achterstallig onderhoud wordt verwacht, maar met asbestsanering, naïsolatie, duurzame installatietechnieken, terreininrichtingen of met wat pech funderingsherstel wordt niet gerekend. Het is ook schokkend hoe ongegeneerd laks, soms misleidend, veel makelaars met deze informatieverstrekking omgaan. Daarbij kijken veel kopers naar huizen waarvan de vraagprijs al bijna hun maximale hypotheekbedrag weerspiegeld.

Waarom koopt u wel eens wat op Marktplaats? Omdat tweedehands spullen nu eenmaal goedkoper zijn. Juist. Waarom zouden woningen dan door de jaren heen alleen maar meer moeten gaan opleveren?
Locatie doet uiteraard veel, maar kijk naar al die woningen die naar huidige maatstaven bouwkundig en energetisch niks presteren. Je koopt dus eigenlijk een bouwkavel want de opstal is een charmante wassen neus.

Onze opdrachtgevers voor de renovatie van een jaren '60 bungalow kwamen bedrogen uit. Het pand viel van ellende in elkaar en moest volledig herbouwd worden. Dat terwijl al hoog was aangekocht: “want we willen hier zo graag zitten!”. Budgetair en emotioneel een zware dobber.

Een vriend bood de al behoorlijke vraagprijs voor een gedateerde rijtjesdoorzonwoning. Wij berekenden nog twee ton investering voor een upgrade naar huidige maatstaven. Hij werd 50k overboden.

Een nichtje bood “eindelijk!” het hoogst op een jaren '20 woning. Helaas ging het naar de bieder onder haar want die maakte geen voorbehoud bouwkundige keuring.

In Vereniging Eigen Huis stond onlangs een column van een hoogleraar. Zij vergeleek de woningmarkt met curiosamarkten: “Niet wat de gek ervoor geeft, maar wat de grootste liefhebber ervoor over heeft.”
Maar fragiele curiosa zet je in een vitrine of onder een stolp: afblijven! In een huis echter moet je kunnen leven en kinderen gezond opgroeien. Bovendien kent de curiosakoper doorgaans zijn waar, maar worden huizenkopers liefst dom gehouden. Een gedegen bouwkundig rapport met kostencalculatie zou langzamerhand verplicht moeten worden opgesteld door de verkopende partij. Tot die tijd blijven realistische kopers het verliezen van gek geworden liefhebbers.

Anticoncept

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

   Het had iets prettigs, die Super Dutch architectuur met heldere in-your-face concepten. De iconische vorm als drager van architectuur. Landmarks met een eigenwijze identiteit geheel passend bij de geïndividualiseerde samenleving. Wat nou context? Hier gebeurde wat: “Hé wauw, een nieuw gebouw!” of: ”Nee, dat kán toch niet!” Maar in dat laatste geval is het net als met reclameslogans of deuntjes waar je je in het begin aan ergert. Het gaat in je hoofd zitten. Je neuriet ze binnensmonds mee voor je er erg in hebt. Architectuur als marketingzuil en het concept ervan als 'het verhaal achter de vorm'.


Het architectonisch concept bestaat echter uit vele lagen. Stijl, ruimte, functie, constructie, oriëntatie en context maken er allemaal deel van uit. Al voert er in vernieuwende tijden vaak één de boventoon. Villard de Honnecourt verhaalt al begin 13de eeuw in zijn 'schetsboek' over opkomende architectonische concepten. Toen ging het over de integratie van sculptuur in de Gotische architectuur. Verschillende stijlvormen met bijbehorende typologiën bepaalden vervolgens lang het concept van de gebouwde omgeving. Le Corbusier brak daar vorige eeuw pas mee door de nieuwe industriële technieken centraal te stellen in zijn “5 points pour une nouvelle architecture”. Rauwe materialen verdrongen het ornament. Gebouwen en steden werden conceptuele 'woonmachines'. Hij legde de basis voor de moderne architectuur in lijn met de opkomende industrialisatie.


Vandaag de dag spelen de transitie naar circulariteit en de kunstmatige intelligentie revolutie. Ook worden eisen complexer en processen meer leidend. De beeldtaal verandert mee met CPO's en een experimentele aanpak als urban mining. Versneld worden de verschillende conceptuele lagen afgetast in nieuwbouw en steeds meer hergebruikopgaven. Hinken we dan op meerdere gedachten? Is daarmee het concept zoek? Nee, hedendaagse concepten zijn sterk in hun integrale benadering van de bouwopgave. Veel projecten zijn niet zomaar een platte invulling van een gat in het stedelijk weefsel maar ontworpen als veelzijdige aanjager voor toekomstige ontwikkelingen op ruimtelijk, sociaal en bouwtechnisch niveau. De vorm volgt. Daarmee is het concept op zich onzichtbaarder geworden maar weldoordacht aanwezig als vernuftige motor van onze veranderende maatschappij.

Hout is Hot

Huib van Zeijl

2017 gepubliceerd in Cobouw

    In de aandacht voor energiezuinig bouwen, C2C en circulaire economie is hout een favoriete grondstof. Nu is de bouwstroom in Nederland weer flink op gang gekomen. En houtbouw maakt daarvan nog steeds maar een heel klein onderdeel uit. Toch is het juist deze hernieuwbare grondstof die in een aantal innovatieve projecten de hoofdrol speelt. Dan bedoel ik niet de gemoderniseerde hout-skelet-bouw. Ook al zijn de prestaties in passiefhuizen lovenswaardig. De serieuze slagen in grotere projecten worden gemaakt met het construeren in kruislaaghout (CLT). Zowel in het ontwerp- als het bouwproces wordt je van werken met volhout blij!


Kruislaaghout is seriematig te producteren. Toch is het dan nog steeds per individueel element nauwkeurig gedetailleerd te bewerken. Zo komt een maatwerk bouwdeel volledig gefreesd en geboord op de bouwplaats aan. Het assembleren gaat vervolgens met precisie en in rap tempo. Soms worden zelfs hele units inclusief sanitair en afwerkingen geprefabriceerd. Met als resultaat nog snellere bouwtijden. Naast eenvoudige montagetechnieken en een prettig werkklimaat dus ook geen luidruchtig geboor en gehak meer. Ook goed nieuws voor omwonenden. Het vraagt natuurlijk wel een hoge mate van denkwerk vooraf. Maar in een sector waar iedereen al jarenlang zijn mond vol heeft over BIM zou zo een integraal ontwerpproces toch geen probleem meer hoeven zijn.


Een ander voordeel is de mogelijke gewichtreductie van wel 75 tot 80% ten opzichte van gangbare betonbouw. Met lichtere funderingen en minder zwaar transport en bouwkranen tot gevolg. Zaken als brandwerendheid en geluidswering zijn prima te tackelen. Verder is het in kruislaaghoutprojecten een serieuze overweging om afwerkingen achterwege te laten. Naast een karakteristieke, warme uitstraling levert dat een goede vochthuishouding met hoog verblijfscomfort op.
En tot slot nog een hele belangrijke. Een energieneutraal niet-houten gebouw levert pas in gebruik op langere termijn CO2 reductie op. Een energieneutraal houten gebouw heeft om te beginnen al een enorme CO2-opslag in zichzelf. Als je de Parijs doelstellingen voor 2030 wil halen is eigenlijk alleen méér houtbouw een optie. Het is dat verschil tussen eco- efficiënt en eco-effectief waar ik warm van word. Hout is Hot!

Positivo gezocht

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

We leverden in 2012 een prachtig bedrijfsgebouw op, volledig naar de C2C-gedachte. De energieprestatie was op papier goed, maar geen energie-nul. De leemkachel die bijdroeg in de warmteopwekking zorgde echter voor een verrassende verbetering. Het vergt namelijk wat uitleg en oefening om zo'n ding goed te stoken. Bij de werknemers werd 'het beste vuurtje stoken” een sport. In de praktijk blijkt het gebouw nu energieneutraal te presteren. Gedrag vormt een essentieel onderdeel van de duurzaamheidsprestatie.


Onlangs zette ik op ons nieuwe, gedeelde kantoor een bakje bij de pedaalemmer met het vriendelijk verzoek om de plastic doppen te scheiden. Dit omkleed met wetenschappelijke argumenten en statistische gegevens. De reacties: “Alsof dat ene dopje zin heeft?” en “De gemeente sodemietert het straks toch weer bij elkaar!”
Mijn kinderen daarentegen scheiden al jaren doppen. Heel milieubewust. Ze vertellen vooral enthousiast aan iedereen die het (niet) horen wil dat het geld waard is en voor hoeveel kilo een puppie al naar de school voor blindengeleidehonden kan. Hun bevlogen verhaal aanhorend word je vanzelf een glimlachende doppenscheider.


Mensen gaan makkelijker mee in een positieve, eenvoudige boodschap en haken af bij een goed bedoeld maar ingewikkeld verhaal met opgeheven vingertje. Positieve, eenvoudige impulsen zetten eerder aan tot duurzamer handelen. In dat licht is het best een probleem dat - zoals oud-minister Jaqueline Kramer dat al in 2014 verwoordde - “duurzaamheid wordt weggeprofessionaliseerd”. Inmiddels heet duurzaamheid circulaire economie en wordt de boodschap in steeds ingewikkelder termen en integrale visies verhuld.


Daarnaast zijn er onder architecten voorvechters van bio-based bouwen of totaal- hergebruik. Eenzijdiger maar charmant en tot de verbeelding sprekend. Helaas is de boodschap over het waarom van duurzaam bouwen dan vaak gedrenkt in zo'n afschrikwekkende vijf-voor-twaalf marinade, dat je je eerder in een hoekje gaat zitten schamen dan dat je opgewekt actie onderneemt.


Wat de bouw nodig heeft is een eigen Erica Terpstra of Ben van der Burg die je hartstochtelijk en eenvoudig lekker maakt voor bewuste keuzes. Een blije positivo bij wiens opzwepende woorden je denkt: “Verrek ja! Zullen we maar meteen beginnen?

Architect als beschermde diersoort?

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

Vooralsnog worden we niet echt met uitsterven bedreigd. Sterker nog; er waren jarenlang misschien eerder te veel dan te weinig architecten. Zijn de werkzaamheden van de architect dan beschermd? Nee, dat ook niet. Iedereen mag een gebouw tekenen. En de omgevingsvergunning ervoor zal worden verleend zolang het gebouw voldoet aan alle wettelijke bepalingen van bouwbesluit, bestemmingsplan en welstand.
Wél is de titel 'architect' beschermd. Volgt u het nog
? Rutte snapt het ook niet helemaal.


Op een toespraak in Berlijn zei hij onlangs: “Schaf die beschermde beroepen af.” Zo denkt Rutte de Europese dienstenmarkt open te breken. Hij vervolgde: “Alleen waar veiligheid, gezondheid en consumentenbescherming aan de orde zijn zouden we nog specifieke en bindende eisen moeten stellen ... architecten ... hebben geen nationale bescherming nodig.”


Los van het feit dat het in Nederland al sinds jaar en dag wemelt van de buitenlandse architecten – die markt is al lang open; we concurreren elkaar rücksichtslos de tent uit – maakt Rutte hier ook de denkfout dat architecten en stedenbouwkundigen niets van doen zouden hebben met veiligheid en gezondheid. Een tweede misvatting.


Het is veel duidelijker om te spreken over het architectenvak als 'gereguleerd beroep'. Een gereguleerd beroep mag alleen worden uitgeoefend door een persoon die aan bepaalde beroepskwalificaties voldoet: vastgelegde minimale eisen aan kennis, vaardigheden, ervaring en integriteit binnen dat beroep. Dat wordt gecontroleerd door bijvoorbeeld een opleidingstitel, een bekwaamheidstest of minimale beroepservaring.
Het zit hem dus niet in het type werkzaamheden waardoor een titel beschermd is, maar in het niveau en de wijze waarop het vak wordt uitgeoefend. Niet de architect als persoon wordt daarmee beschermd, maar de bovengemiddelde kwaliteit van de Nederlandse ruimtelijke ordening wordt daarmee gewaarborgd.
Zeker nu diezelfde overheid ook de kwaliteitsborging van de omgevingsvergunningstoets uit handen wil geven, is het voor de consument bijzonder prettig om de keuzevrijheid te hebben om met iemand te werken die zich architect mag noemen. Dan weet je in ieder geval dat je een kundig en integer persoon in huis haalt.
En dat is nou consumentenbescherming, meneer Rutte.

Rijksvouwmeester

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

    Losse themaʼs zijn niet aan hem besteed. Als een ware origami-specialist vouwt ie alle onderwerpen die architectuur en stedenbouw aangaan met scherpe hoeken onlosmakelijk in elkaar tot veelkleurige, utopische dieren. Nog even de nagel over het randje, zo! Daar staat de integrale opgave voor de toekomst verbeeld.
De ontvanger probeert in gedachten te herhalen wat er zojuist is gezegd. Het beestje weer te ontvouwen tot overzichtelijke, losse, gekleurde velletjes. Maar dat wil Floris Alkemade juist niet. Je moet het jezelf niet te makkelijk maken. Dat is de afgelopen decennia genoeg gedaan en het heeft ons aardig in de problemen gebracht. Die single issue aanpak werkt namelijk snel weer andere belangrijke themaʼs tegen. In elkaar vouwen dus! Niet uit- maar inbreiden. Niet de urgentie van de huidige bouwopgave als excuus gebruiken. Niet de spaarzame groene oases volbouwen maar juist de stedelijke locaties waar al veel gebeurd. Complexiteit moet je omhelzen. Het maakt dat we elkaar nodig hebben om de puzzel op te lossen. Hoe meer interdisciplinair hoe beter. Uit onverwachte kruisbestuiving ontstaan interessante oplossingen, die bestaande waarden niet ondermijnen maar versterken.


Het is een lange vouwinstructie die ik lees in De Architect. Wie het moet gaan doen? Zijn hoop is op de kennis en het talent van de vakverbredende ontwerper gevestigd. Want markt en overheid blijven hangen in marktdenken. Ondernemende ontwerpers met een multi-integrale bril daarentegen kunnen antwoord geven op de prangende vragen van onze veranderende maatschappij die schreeuwt om verduurzaming. Zij denken door schaalniveaus heen, hebben verbeeldingskracht, kunnen richting geven. En vergeet de hoogopgeleide pensionado niet die zijn toevlucht zoekt in krimpgebieden. Vergrijzing is geen probleem. Daar zit kennis. Onder die steen uit en vouwen maar! Zet al die ervaring in om de nieuwe generaties weer een toekomst te bieden. De wereld een voorbeeld te stellen.
Ik kijk naar de losse, gekleurde velletjes voor me op tafel. Dan weer naar het charmante vouwkunstvoorbeeld van onze Rijksbouwmeester. Heb waardering voor de inhoud maar worstel met de complexe verpakking. Welk selecte deel van de ontwerpende beroepsgroep kan hiermee concreet vooruit
? Ik begin te vouwen.

Marathon match

Huib van Zeijl

2017 gepubliceerd in Cobouw

    Je weet nooit van te voren precies hoe zaken gaan lopen. Een haalbaarheidsstudie liep eens uit op een complexe puzzel van vergunningsvrij bouwen. De regelgeving hierover was net fors aangepast en we wisten met slimmigheden enorm veel oppervlaktewinst te boeken. Uiteindelijk presenteerden we het complete bouwplan aan de welstand maar dienden alleen de te vergunnen delen als een geamputeerd schaduwplan in bij de gemeente. Die had daar ook nog geen ervaring mee en vergunde het halffabrikaat.


Met die vergunning op zak werd enthousiast in een zorgvuldig geformeerd bouwteam doorgewerkt. 'Start bouw' lag binnen handbereik. Helaas was de opdrachtgever voortschrijdend inzicht niet vreemd en wilde hij in de prijsvorming het onderste uit de kan. Het gevolg was een lange, ongemakkelijke eindfase waarbij almaar geen handtekening werd gezet. Toen kwam het teleurstellende bericht dat kavel met ontwerp en al de markt op zou gaan.
Gedesillusioneerd maar gretig om alsnog te bouwen leenden we ons voor gesprekken met meerdere aspirant kopers, zonder concrete resultaten. De tijd vervloog en daarmee onze hoop op realisatie. Totdat op een mooie oudejaarsdag een vriendelijke meneer belde en ons feliciteerde met het feit dat we samen een prachtig project zouden gaan realiseren. Er moest natuurlijk wel nog van alles worden veranderd en ook het budget werd weer strakker want de kopers waren wat opportuun geïnformeerd over de begrote bouwkosten...


Helaas gaf nu onze aannemer niet thuis. Bezet met andere dingen schoof hij een tweede naar voren. Dat bleek geen goed huwelijk en dus werd gesproken met nummer drie, vier en vijf. Het ontwerp werd aangepast en met bestek gecompleteerd voor prijsvorming. Nogmaals werd met de nieuwe gegadigde de stofkam grondig door het plan gehaald. We konden eindelijk gaan bouwen!


Ondertussen was wel de gemeente gefuseerd met een grotere. Daar zat dus een heel ander team van behandelend ambtenaren. Bij melding start bouw vond deze het jaren terug vergunde plan maar vreemd. Er waren vervolgens vele discussies nodig voordat uiteindelijk de eerste paal de grond in mocht. En dan toch weer een telefoontje: ”We leggen de bouw stil...”


In één en hetzelfde project zijn alle spelers een keer gewisseld behalve de ontwerpers. Dat het alsnog dit jaar met positieve energie afgebouwd is mag een wonder heten. Met een deel zelfbouw door een volhardende opdrachtgever en een architect die tegen oplevering zelf ook met de kwast in zijn hand stond eindigde na jaren een bewogen project dat bij aanvang nog zo een overzichtelijke opgave had geleken. Maar het resultaat voelt geweldig.


Toen ik Müller in zijn marathonpartij op Wimbledon tegen Nadal uiteindelijk zag zegevieren meende ik even dat zoete gevoel van de zwaarbevochten overwinning bij hem te herkennen!

De klare lijn

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

   Van kinds af aan ben ik Joost Swarte fan. Lang voordat ik overwoog architect te worden tekende ik droedels, posters en uitnodigingen geïnspireerd door zijn werk. Afpellen tot de essentie. Het is fascinerend; die bedrieglijke eenvoud waarin de kracht van de meester schuilt. Hoewel Swarte zelf de term 'klare lijn' introduceerde om de door hem gewaardeerde stijl van Kuifje's geestesvader Hergé te omschrijven (zie aardig artikel in bno-magazine Dude #1 2018) was hij het zelf die vervolgens deze manier van vormgeven tot een ware kunst heeft verheven. Want zijn werk gaat zoveel verder dan de grafische kunst. Ooit begonnen met beschouwingen van beroemde industrieel product ontwerpen en architectuur in zijn grafische werk draaide hij dat gaandeweg om. Hij ontwierp producten, glas-in-lood ramen en zelfs een theater (de Toneelschuur, i.s.m. Henk Döll, toen nog bij Mecanoo) in zijn inmiddels geroemde stijl, die doet denken aan zijn bakermat; het stripgenre.


Een andere knappe manier van illustreren werd groot gemaakt door cartoonist Peter van Straaten. Zijn werk dreef op zijn onnavolgbare arceer-vaardigheden. Er liep altijd een streepje door, bijna achteloos. Hij zette juist het vlak neer maar elimineerde daarbij met enige regelmaat de lijn als kader om een object te vatten. Overgangen van wanden, plafonds en vloeren maar ook ramen en deuren werden zichtbaar door het beëindigingen van arceerwerk of het secuur weg laten van delen ervan. De kunst van het weglaten als inverse van de klare lijn. Ook prachtig.


Beide stijlvormen pas ik graag gecombineerd toe in onze gebouwontwerpen. Het vlak gearceerd met lineaire elementen zoals houten latten. Doorgaans herkenbare bouwkundige elementen als dakgoten, boeiboorden, raamkozijnen (soms het hele raam) of een voordeur onttrekken zich aan het zicht. Ze gaan op in het vlak. 'Weg-detailleren' noemen we dat contradictioneel. En alleen die paar lijnen die de hoofdvorm neerzetten of belangrijke elementen worden aangezet. Ontdaan van ieder storend sprongetje dat dreigt te ontstaan bij de overgangen naar andere bouwdelen, overstekken, luifels, tuinmuren en zo meer. Het gebouw krijgt daarmee een grafische en heldere uitstraling, de klare lijn als in de eerste archetypische schets.

Duurzaamheidsscores zijn wedstrijdjes ver plassen

Huib van Zeijl

2017 gepubliceerd in Cobouw

“Jip, zoek jij even de isolatie in pad twaalf?
“Bedoel je die gele, die lijkt op suikerspin?
“Nee, die lichtbruine, wat zachte. Die andere is niet fijn voor je huid en luchtwegen en heeft een beroerde vochthuishouding.”
“Hoe weet jij dat allemaal, pap?
“Gewoon de informatie op het etiket lezen. Maar je kan ook even naar het groene logo met 3 sterren zoeken. Dan pak ik de rest. Dag mevrouw, waar liggen de 'beter leven' constructieplaten van stro, die zonder formaldehyde?

Ziet u zichzelf al zo door de bouwmarkt lopen? Bij het doen van dagelijkse boodschappen kunnen we letten op ingrediënten, calorieën, allergieën en bij dierlijke producten natuurlijk op het welzijn van het dier. Maar voor klussend en (ver)bouwend Nederland lijkt dat nog steeds de ver-van-mijn-bed-show.

Sterker nog, ook een overgroot deel van professioneel bouwend Nederland toont nog steeds weinig bewustzijn in de materiaalkeuzes. Daarbij is de bezemwagen van de MPG nog een enorme wassen neus. Want een beetje innovatief, bio of hardcore technisch materiaal is daarin lastig in te voeren.

Slechts de grotere partijen laten zich, vooral publiekelijk, in met wedstrijdjes verplassen in duurbetaalde duurzaamheidsscores. Wie heeft de hoogste, langste, vetste of hoe het zich ook laat meten. En ook daar is materiaalkeuze doorgaans een ondergeschoven kindje. De milieulast blijft hoog en ver achter ten opzichte van de prestaties op het gebied van energie; voor de overheid jarenlang het speerpunt in duurzaamheid.

Niets ten nadele van zo'n certificaat. Elke stap is er een. Maar in wat voor een huis wonen the green few van het bedrijfsleven zelf met hun gezin buiten kantoortijd? Heeft de consument in de doe-het-zelf bouwmarkt enig idee hoe eenzijdig de grote bouwlobby hen nog steeds opzadelt met conventionele materialen, terwijl er veel meer voor mens en milieu gezondere alternatieven voor handen zijn? Nee, de consument kan niet van alles op de hoogte zijn. Maar een beter-bouwen keurmerk in de bouwmarkt voor mensen die bewust willen kiezen is welkom. Klein detail: dan moeten ze die producten daar wel gaan verkopen. En niet alleen in de eco-bouwmarkt speciaalzaak.

Genieten

Huib van Zeijl

2018 gepubliceerd in Cobouw

    In Frankrijk dronk ik ooit mijn eerste bière brune. Ik zal geen reclame maken maar dit hemelse brouwsel is “brassée dans le Nord depuis 1921”. Achttien was ik en meteen verliefd. Niet alleen op de karamelvolle afdronk maar op het totaalplaatje: de smaak, de eigenzinnige vorm van het  esje, het sterke logo met de markante pelikaan. Het is helaas niet te koop in Nederland, maar ik neem met liefde ieder jaar weer een lading mee terug van vakantie. Deze brouwer weet niet alleen hoe je de juiste ingrediënten excellent tot elkaar laat komen maar ook hoe je het vorm en karakter moet geven. Vernieuwend tot op de dag van vandaag. En ik hoef me als consument nergens om te bekommeren, alleen maar te genieten.
Een andere oude liefde koester ik voor de zeilsport, een enorm technische discipline. Je moet je vastbijten in die materie. Doorzetten. Het kost jaren om het écht onder de knie te krijgen. Maar als je het eenmaal beheerst volgt de vrijheid om creatief te varen. Bovendien zeil je doorgaans niet alleen. Dat doe je door goed samen te werken. Individuele kwaliteiten komen pas tot hun recht als je goed op elkaar bent ingespeeld. Pas dan kan je dat schip optimaal trimmen. Gaat ie ‘vliegen’. En volgt het genieten.


Voor mij geldt de strekking van beide voorbeelden ook voor het maken van goede architectuur. Je wilt iemand die kundig en gedreven is. Iemand die zorgvuldig met je project om gaat. Die een proces en een team kan optimaliseren en zo een mooi ontwerp kan vertalen naar de werkelijkheid. Daarbij wil je niet verzanden in allerlei academische verhandelingen. Het gaat er uiteindelijk om dat er een feel good object staat. Dat het eindresultaat je lekker laat voelen. Zoals bij het drinken van je favoriete biertje of het zeilen van een topschip.


Zo ben ik ook met mijn vak bezig. Ik geloof dat een goed, maatwerk ontwerp het leven aangenamer, gezonder en gelukkiger maakt. Je de ruimte geeft om te genieten.